Wanneer een samenleving ophoudt met denken
Nu de corona-enquête opnieuw van start is gegaan, gaat veel aandacht naar maatregelen, verantwoordelijken en politieke keuzes. Dat is begrijpelijk. Toch denk ik dat de belangrijkste lessen van de coronacrisis dieper liggen.
De coronacrisis was niet alleen een gezondheidscrisis. Zij was een maatschappelijke en bestuurlijke stresstest. Een test die zichtbaar maakte hoe mensen, instituties en democratieën reageren wanneer angst, onzekerheid en tijdsdruk toenemen.
Wat mij daarbij het meest is bijgebleven, is niet hoe kwetsbaar wij waren voor een virus. Maar hoe kwetsbaar wij bleken voor angst, groepsvorming en de verleiding van controle. Dit zijn mijn belangrijkste conclusies.
1. Gedreven door angst verloren we ons gevoel voor proporties
Voorzichtigheid aan het begin van de crisis was begrijpelijk. Een nieuw virus, beperkte kennis en zorgelijke beelden uit het buitenland rechtvaardigden alertheid. Maar naarmate de crisis vorderde, verloor de samenleving steeds meer het vermogen om risico’s in verhouding tot elkaar te bekijken. Al vroeg werd duidelijk dat de risico’s sterk geconcentreerd waren bij specifieke groepen. Toch bleef angst de dominante lens waardoor naar de werkelijkheid werd gekeken. Wanneer angst de boventoon voert, vernauwt het denken. Nuance verdwijnt. Tegenspraak voelt als bedreiging. Juist daarom vraagt een crisis om rust, proportionaliteit en wijsheid. Niet om meer angst.
2. Een onervaren kabinet werd tegelijk opdrachtgever, crisismanager en woordvoerder
Politiek leiderschap en crisismanagement zijn verschillende disciplines. Bij grote incidenten in de luchtvaart, defensie of industrie wordt direct een professionele crisisstructuur ingerich, juist omdat crisismanagement een vak is. Het kabinet koos ervoor die rol zelf op zich te nemen: opdrachtgever, besluitvormer, crisismanager en publiek gezicht tegelijk. Dat was begrijpelijk. Maar het was waarschijnlijk niet verstandig. En het was een keuze, geen onvermijdelijkheid.
3. Een volwaardig multidisciplinair crisisteam met tegendenkers ontbrak volledig
De organisatorische consequentie van die keuze was groot. Het OMT adviseerde primair vanuit een medisch perspectief. Economen, gedragsdeskundigen, juristen, onderwijsdeskundigen en ervaren crisismanagers speelden geen gelijkwaardige zichtbare rol. Georganiseerde tegenspraak, een standaardonderdeel van professioneel crisismanagement, bestond niet. De grootste tekortkoming van de coronacrisis was dan ook niet een specifieke maatregel. De grootste tekortkoming was dat we organiseerden alsof fouten niet gemaakt mochten worden. Een systeem zonder georganiseerde tegenspraak loopt het risico zijn eigen aannames niet meer te herkennen. En precies dat gebeurde.
4. Internationaal groepsdenken en maakbaarheidsgeloof werden aangezien voor wetenschap
Tientallen landen volgden opvallend vergelijkbare strategieën, argumenten en maatregelen. Dat betekent niet dat er sprake was van een complot. Maar het roept wel een belangrijke vraag op die nauwelijks werd gesteld: heeft Nederland een echte eigen afweging gemaakt, of volgden we vooral wat om ons heen gebeurde? Internationale samenwerking is waardevol. Maar wanneer landen, experts, media en instituties dezelfde aannames gaan delen, neemt de kans toe dat dezelfde fouten overal tegelijk worden gemaakt. Diversiteit van denken is niet alleen een democratische waarde. Het is ook een veiligheidsmechanisme.
5. Alternatieve scenario’s werden niet serieus onderzocht, er was maar één verhaal
Een van de meest opvallende tekortkomingen was het ontbreken van een zichtbaar debat over alternatieven. Welke scenario’s zijn onderzocht? Welke risico’s zijn afgewogen? Welke nevenschade werd verwacht? Welke alternatieven zijn verworpen? Een nulscenario werd nooit transparant gepresenteerd. Kritische geluiden van artsen, wetenschappers en bestuurders werden beoordeeld op hun afwijking van de dominante lijn, in plaats van op hun inhoudelijke waarde. Een strategie waarbij geen alternatieven worden onderzocht is een dogma.
6. De Tweede Kamer hield de schijn op
Juist in een crisis moet de democratische controle op haar sterkst zijn. Naar mijn oordeel stelde de Tweede Kamer opvallend weinig fundamentele vragen over de gekozen strategie. Veel debatten gingen over uitvoering. Vragen over proportionaliteit, grondrechten, alternatieven en nevenschade kwamen relatief weinig aan bod. Vrijheidsbeperkingen die vóór 2020 ondenkbaar leken, werden zonder diepgaand parlementair debat werkelijkheid. De Kamer was druk. Maar drukte is nog geen diepgang. De vraag is niet of een democratie tijdelijk mag ingrijpen. De vraag is hoe zij voorkomt dat uitzonderingen ongemerkt normaal worden.
7. Media werden spreekbuis in plaats van tegenmacht
In een democratie hebben media een bijzondere verantwoordelijkheid. Niet alleen informeren. Ook controleren. ÉVeel journalisten hebben onder moeilijke omstandigheden uitstekend werk verricht. Tegelijkertijd namen grote delen van de media de uitgangspunten van politiek en OMT over zonder die voortdurend kritisch te toetsen. Fundamentele vragen over proportionaliteit, nevenschade en alternatieve strategieën kregen relatief weinig aandacht. Een vrije pers hoort niet alleen vragen te stellen aan critici van het beleid. Juist degenen die macht uitoefenen verdienen de meest kritische vragen.
8. Communicatie werd propaganda, twijfel werd verdacht, critici werden weggezet
De overheidscommunicatie verschoof gaandeweg van informeren naar gedragsbeïnvloeding. Twijfel kreeg weinig ruimte. Wie fundamentele vragen stelde, werd regelmatig weggezet als onverantwoordelijk of verdacht. De term ‘wappie’ groeide uit tot een effectief middel om afwijkende stemmen te marginaliseren zonder inhoudelijk op hun argumenten in te gaan. Dat vergrootte de afstand tussen overheid en burger. Juist vertrouwen is in een crisis vaak waardevoller dan gehoorzaamheid.
9. We hebben weggekeken van het lijden dat door de maatregelen werd veroorzaakt
Dit is de pijnlijkste les van allemaal. Kinderen werden van school gehouden terwijl wetenschappelijk al vroeg bekend was dat zij nauwelijks risico liepen. Ouderen stierven alleen, zonder hand vast te houden, zonder afscheid. Mensen namen hun laatste groet via een tablet. Demonstranten werden beschoten met waterkanonnen. Ministers wezen publiekelijk met de vinger naar mensen die een andere keuze maakten. Dit is geen interpretatie. Dit is gebeurd. Veel van deze maatregelen waren niet of nauwelijks onderbouwd. Zij tastten de vrijheid en het welzijn van mensen ernstig aan. En toch werden zij geaccepteerd. Niet omdat mensen het er inhoudelijk mee eens waren. Maar omdat angst mensen volgzaam maakt. Omdat groepsdruk het zelfstandig oordelen onderdrukt. Bange mensen hebben dit toegelaten. Dat is geen verwijt. Het is een constatering. En een waarschuwing. Een samenleving die wel de schade van een virus meet maar niet van de maatregelen, kijkt met één oog. Wat niet wordt gemeten, wordt niet meegewogen. En wat niet wordt meegewogen, wordt niet voorkomen.
10. Wij waren onbewust, en dat is de meest ongemakkelijke les van allemaal
De coronacrisis vertelt uiteindelijk niet alleen iets over politici, wetenschappers, media of bestuurders. Zij vertelt ook iets over onszelf. Ook wij verlangden naar zekerheid. Ook wij zochten naar eenvoudige antwoorden. Ook wij waren bereid andersdenkenden sneller te veroordelen dan te begrijpen. Het gevaar zit zelden in de slechte mens. Vaker in de mens die ophoudt met denken. Die schade laat ontstaan niet uit boosaardigheid, maar omdat conformiteit veiliger voelt dan zelfstandig oordelen. Misschien is dat wel de diepste schade van deze periode. Veel mensen zijn voorzichtiger geworden om zich uit te spreken. Afwijkende opvattingen worden sneller gekoppeld aan politieke etiketten. Een hele generatie jongeren heeft in een vormende fase gezien hoe autoriteit zich gedraagt onder druk. Wat zij hebben gezien, was niet geruststellend.
Achteraf was veel al vooraf zichtbaar
Een veelgehoorde reactie is dat kritiek op de coronacrisis achteraf makkelijk is. Daar zit een kern van waarheid in. Maar veel van de belangrijkste kritiekpunten waren ook toen al zichtbaar. Artsen, wetenschappers, juristen, bestuurders en burgers wezen al vroeg op de risico’s van eenzijdige besluitvorming, onvoldoende aandacht voor nevenschade, gebrek aan tegenspraak en het ontbreken van een integrale strategie. Niet alle kritiek was juist. Maar veel ervan verdiende een serieuzere behandeling dan zij kreeg. De belangrijkste les is daarom niet dat we fouten maakten. De belangrijkste les is dat we onvoldoende luisterden naar mensen die ons op mogelijke fouten wezen.
Tot slot
De coronacrisis was geen complot. Zij was iets veel menselijkers: een samenloop van angst, tijdsdruk, groepsvorming, bestuurlijke tekortkomingen en de begrijpelijke wens om controle te houden in een onzekere situatie. Misschien is dat uiteindelijk ook de belangrijkste les voor de overheid zelf. Een overheid moet soms snel en daadkrachtig handelen. Maar juist dan moet zij zich blijven herinneren waarvoor zij bestaat. Niet om burgers te sturen. Niet om een perfecte samenleving te ontwerpen. Niet om ieder risico uit het leven te verwijderen. Maar om vrije mensen te beschermen, te dienen en ruimte te geven hun eigen afwegingen te maken.
Een overheid die haar eigen grenzen kent, is uiteindelijk sterker dan een overheid die denkt alles te kunnen beheersen. De volgende crisis zal anders zijn. Misschien een oorlog. Misschien een financiële crisis. Misschien een cyberaanval. Misschien klimaatverandering. De vraag blijft dezelfde. Zijn wij dan beter in staat vrijheid, tegenspraak, menselijke waardigheid en gezond verstand te bewaren? Want een vrije samenleving wordt uiteindelijk niet beschermd door regels, modellen of experts. Zij wordt beschermd door mensen die blijven luisteren, blijven twijfelen en blijven denken. Juist wanneer dat het moeilijkst is.
Bram Voncken is veranderbegeleider met meer dan twintig jaar ervaring in het publieke domein. Hij publiceerde zijn eerste analyse van de coronacrisis in december 2020.
